Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Illegaliteit

Na de capitulatie van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) op 8 maart 1942, zetten sommige soldaten al dan niet in groepsverband de strijd tegen de Japanners voort. Maar zowel vanwege de Japanse overmacht als de pro-Japanse houding van de inheemse bevolking hield de guerrilla nergens lang stand. Indië was immers een kolonie en de Japanners werden in het begin van hun aanwezigheid in de archipel door de bevolking voorlopig nog als bevrijders beschouwd. Maar ook wie later anti-Japanse activiteiten ontplooide, opereerde in een omgeving die vaak onverschillig zo niet vijandig was, al waren de meeste Indonesiërs gekant tegen een blijvende Japanse overheersing.

Vanwege de internering van Europeanen heeft het georganiseerde verzet weinig kunnen uitrichten. Verzetsactiviteiten, die nauwelijks een gewelddadig karakter hadden, werden vooral ontplooid door Nederlanders en Indo-Europeanen die buiten de kampen wisten te blijven. Over het algemeen hielden zij zich in groepsverband bezig met het voorbereiden van steun aan de Britten en Amerikanen, wanneer die Indië zouden bevrijden. Behalve het verzamelen van militair-strategisch gegevens, het verspreiden van geallieerde oorlogsberichten en het verzamelen van wapens, leggen van radiocontact met Australië, werden ook onderduikadressen georganiseerd en contacten onderhouden met ondergedoken KNIL-soldaten. Illegaal werk werd verder verricht door sommige ‘nipponwerkers’, (Indo-)Europeanen die door de Japanse bezetter werden verplicht te werken in voor de oorlogvoering en het openbare leven vitale sectoren. Bovendien hebben Indonesiërs, Indo’s en Chinezen geprobeerd geïnterneerde Nederlanders hulp te bieden. Voorts zijn door de ondergedoken KNIL-militairen, onder wie veel Molukkers, verzetsactiviteiten ondernomen. Vanuit het oerwoud probeerden zij een guerrilla te voeren, maar vrijwel alle guerrillastrijders zijn door de Japanners geneutraliseerd. Ook de door de Japanners uit krijgsgevangenschap vrijgelaten inheemse KNIL-militairen (vooral Molukkers, Timorezen en Menadonezen) hielden zich in de steden bezig met verzetsactiviteiten. Het weinige georganiseerde verzet van Indonesische kant ging uit van de groep-Shahrir, die zich bezighield met het vergaren van inlichtingen en het verzamelen van wapens ter voorbereiding op de tijd na de Japanse bezetting, en van de Indonesische communistische partij (KPI). Zij zette een inlichtingennetwerk op, pleegde sabotage en bedreef anti-Japanse propaganda.

Vanuit het buitenland werd de guerrillastrijd gesteund door de geallieerden en het Nederlands-Indische autoriteiten. De NEFIS, de Nederlandse militaire inlichtingendienst, slaagde erin groepjes geheime agenten in bezet gebied te krijgen om contacten te leggen met verzetsstrijders en militaire, politieke en economische inlichtingen te verzamelen. Ook moesten zij de Indonesische bevolking tegen de Japanners opzetten. Vanuit Ceylon opereerde het Korps Insulinde, dat als doel had commando-operaties tegen Japanse oorlogsobjecten te ondernemen. Tot aan de Japanse capitulatie voerde dit korps acht operaties uit, met dertien landingen op Sumatra. Maar de operaties van dit korps en van de NEFIS liepen veelal op een mislukking uit vanwege gebrek aan hulp van de bevolking.

Ten onrechte is de Japanse legerleiding en de militaire politie, de beruchte Kempeitai, er vanuit gegaan dat alle verzetsactiviteiten georganiseerd werden door een wijdvertakte verzetsorganisatie. Hoewel er in opdracht van de naar Australië uitgeweken Nederlands-Indische bestuurlijke en militaire autoriteiten verschillende geheim agenten waren aangewezen die het verzet zouden organiseren, was er in werkelijkheid hoogstens sprake van een embryonale verzetsorganisatie. Omdat de Kempeitai echter meende met een geduchte tegenstander te zijn geconfronteerd, maakte zij vanaf midden 1942 meedogenloos jacht op (vermeende) verzetslieden. Iedereen die verdacht werd van anti-Japanse activiteiten werd gearresteerd en tijdens verhoren vaak wreed gemarteld.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Alles wat in enige mate tegen het Japanse beleid inging is onder het thema illegaliteit geplaatst.

Literatuurverwijzingen

P. Duus et al., The Japanese wartime empire, 1931-1945 (Princeton 1996).

B.R. Immerzeel en F. van Esch (red), Verzet in Nederlands-Indië tegen de Japanse bezetting 1942-1945 (Den Haag 1993).

M. Hegener, Guerrilla in Mori : het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 1995).

E. Melis (red.) Verzet contra de Japanse bezetting van Nederlands-Indië: de geuzen van het Indische verzet 1942-1945 (Nijmegen 1996).