Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Nasleep

Zuivering

Al tijdens de oorlog begon in Londen de regering in ballingschap maatregelen voor te bereiden om na de bevrijding orde en recht te herstellen. Zo werd in januari 1944 het Zuiveringsbesluit vastgesteld, een vorm van tuchtrechtspraak speciaal voor ambtenaren die ontrouw waren geweest aan Nederland en de regering. De bedoeling was na de zuivering een betrouwbaar ambtenaren- en bestuursapparaat over te houden. In januari 1944 werd het Zuiveringsbesluit afgekondigd dat de zuivering regelde van onder meer de Hoge Colleges van Staat, de ambtenarij, de rechterlijke macht en de Nederlandse Spoorwegen. De maatregelen bestonden uit berisping, schorsing of ontslag. Na de bevrijding werden de categorieën personen waarvoor de zuivering gold nog verruimd en werd tevens voorzien in een beroepsprocedure. In Londen werden niet alleen maatregelen voorbereid tegen overheidspersoneel, ook de zuivering van de pers (zowel journalisten en redacteuren als kranteneigenaren) werd hier geregeld. Maatregelen tegen andere beroepsgroepen (zoals ondernemers, radio-medewerkers, advocaten, kunstenaars, sportlieden) werden pas na de bevrijding van het hele land genomen.

Doordat Nederland tegen de verwachting van de regering in niet in één keer bevrijd kon worden, werd aanvankelijk het Militair Gezag belast met de uitvoering van de eerste zuiveringsmaatregelen in het bevrijde Zuiden. Het stelde tal van locale adviescommissies in die adviseerden over de zuivering van verdachte aangehouden personen. Iedere Nederlandse burger kon tegen ambtenaren een klacht indienen. In de praktijk bleek dat lang niet alle krachten gegrond waren. Ook op basis van door het verzet verzamelde gegevens en in Londen door Engelandvaarders verstrekte informatie werden verdachten aangehouden. Documentatiecommissies onderzochten of de beschuldigingen terecht waren. In april 1945 werd het Centraal Orgaan op de Zuivering van Overheidspersoneel (COZO) opgericht, waarin de lokale zuiverings- en documentatiebureaus werden opgenomen. Dit orgaan legde de dossiers voor aan de Commissie van Advies Zuiveringsbesluit 1945, die het uiteindelijke oordeel velde. Toen het COZO in juli 1946 zijn werkzaamheden beëindigde, waren ruim 6000 ambtenaren ontslagen.

De regering in ballingschap had via Radio Oranje ‘snel en streng recht voor elk on-vaderlands gedrag’ in het vooruitzicht gesteld. Het liep echter anders, mede doordat de scheidslijnen tussen ‘goed’ en ‘fout’ vaak diffuus was. Zo hadden vrijwel alle ambtenaren de Ariërverklaring ondertekend, was de politie behulpzaam geweest bij het oppakken van joden en hadden journalisten doorgeschreven. Alle grote en ook veel kleinere bedrijven hadden in meer of mindere mate met de bezetter samengewerkt. Tegen het idee dat alle verdachten berecht konden of moesten worden werd al snel geprotesteerd. De bijzondere rechtspraak en de zuivering werden na verloop van tijd geïndividualiseerd. Van de 380.000 ambtenaren werden uiteindelijk 32.000 gezuiverd. ‘Fout’ in de zin zoals de regering in Londen dat had opgevat, bleken 11.500 mensen te zijn. Zij waren lid geweest van de NSB of hadden een verhouding met een Duitser gehad. Dat de zuiveringen in het algemeen gesproken niet al te streng doorgevoerd werden, had ook te maken met de wederopbouw en de daarvoor vereiste deskundigheid.

Literatuurverwijzingen

A.D. Belinfante, In plaats van bijltjesdag: de geschiedenis van de bijzondere rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog (Assen 1978).
J. Meihuizen, Smalle marges: de Nederlandse advocatuur in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2010)

P. Romijn, Snel. Streng en rechtvaardig: de afrekening met de ‘foute’ Nederlanders (s/l. 2002).

 

Bestellen