Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Media en Communicatie

De houding van de bezetters ten opzichte van de pers in Nederland was in eerste instantie nog niet een van brute dwang. De media werden niet onderworpen aan voorcensuur, maar door middel van geboden en verboden poogden de Duitsers wel degelijk de informatievoorziening aan banden te leggen. Het ANP werd al op 15 mei gelijkgeschakeld en werd één van de belangrijkste middelen om controle uit te oefenen over de nieuwsgaring in Nederland. Op 15 november 1940 werd het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) opgericht, waaronder ook de behandeling van de media viel. Het Journalistenbesluit van 2 mei 1941 bepaalde dat journalisten verplicht lid moesten worden van het nieuw opgerichte Algemeen Verbond van Nederlandsche Journalisten (VNJ), joden uitgezonderd. In november 1941 werd tenslotte de Nederlandsche Kultuurkamer opgericht, waar een Persgilde deel van uitmaakte. Iedereen die bij de pers werkzaam wilde zijn, dus naast journalisten ook eigenaren of directeuren van bedrijven en alle personen die technische of commerciële functies uitoefenden, moest zich bij het gilde aanmelden.

 

Ook op het gebied van de radio werd er gewerkt aan gelijkschakeling. Anthonie Dubois werd in december 1940 aangesteld om te werken aan een concentratie van de omroepactiviteit. Vanaf maart 1941 zou de Rijksradio De Nederlandsche Omroep als eenheidsorganisatie een monopolie gaan uitoefenen, ter vervanging van de vier grote omroepverenigingen en vele kleintjes. Veel van de reporters van de oude omroepen bleven bij de Nederlandsche Omroep werken, maar zij verzorgden slechts onbelangrijke onderwerpen.

 

In het najaar van 1941 vond er een grote reorganisatie van de geschreven pers plaats. Als excuus gebruikte het DVK het tekort aan papier, maar het voorkomen van pluriformiteit en het verkrijgen van meer controle over de publicaties speelden een belangrijke rol. Er verdwenen 47 dagbladen, 480 nieuwsbladen en maar liefst tweeduizend tijdschriften. Dit ging gepaard met het vervangen van directeuren en hoofdredacteuren door NSB-ers of Duits-gezinden. Er waren ook kranten die zichzelf ophieven zoals de Volkskrant. Dit alles leidde ertoe dat begin 1942 ruim een derde van de kranten onder leiding van een NSB-er stond. In 1942 volgde een tweede reorganisatie, waarin wederom een aantal kranten verdween. In totaal verschenen na 1 april 1943 nog 52 dagbladen. Al de door de Duitsers genomen maatregelen slaagden er echter niet goed in Nederland te nazificeren. Dit was vooral te wijten aan de opkomst van de illegale pers.

 

Zowel de makers van de illegale bladen als de regering in Londen dachten reeds tijdens de oorlog na over de naoorlogse inrichting van het mediabestel. In september 1944 werd bepaald dat kranten die na januari 1943 waren doorverschenen, een vergunning van een zuiveringscommissie dienden te verkrijgen vóór herverschijning na de oorlog. In september 1945 werd de Commissie voor de Perszuivering (CPZ) geïnstalleerd, die uitvoerig onderzoek deed naar alle aangeklaagden. Er kwamen 734 uitspraken ten nadele van de beschuldigde en het CPZ legde 39 (tijdelijke) naamsverboden op. Deze waren echter omstreden, met als bekendste voorbeeld dat van de Telegraaf. Dit naamsverbod werd in 1949 door de Raad van Beroep vernietigd.

 

Zie voor de illegale pers het thema Illegaliteit.

 

Wat kunt u onder dit thema vinden?

Allerhande media is onder dit thema geplaatst. Dit geldt dus zowel voor geschreven media, al dan niet illegaal, maar ook voor de radio, het uitgeverswezen, de bioscoop en propaganda. Daarnaast valt ook het bredere “communicatie” onder dit thema, waarbij u kunt denken aan telefoonaansluitingen, mededelingendiensten en postduiven. In combinatie met het thema Nasleep – Zuivering kunt u de archieven of stukken vinden die te maken hebben met de zuivering van het mediawezen na de oorlog.

Literatuurverwijzingen

P. Bakker, Mediageschiedenis. Een inleiding (Groningen 1991). 

M. Schneider, en J. Hemels, De Nederlandse krant 1618-1978. Van ‘nieuwstydinghe’ tot dagblad (Baarn 1979).

R. Vos, Niet voor publicatie. De legale Nederlands pers tijdens de Duitse bezetting (Amsterdam 1988).

H. Wijfjes, Journalistiek in Nederland 1850-2000 (Amsterdam 2004). Hoofdstuk 7 Aanpassing, zuivering en vernieuwing. De Tweede Wereldoorlog.