Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Evacuatie en Vluchtelingen

Tussen 1942 en 1944 hadden ongeveer 400.000 Nederlanders hun huizen moeten verlaten in verband met verdedigingswerken en inundaties. Nog eens zo’n 300.000 onderduikers verbleven in noodonderkomens bij andere gezinnen. In verband met het naderende oorlogsfront werden in de herfst van 1944 nog eens circa 450.000 anderen geëvacueerd. Een groot deel van hen was afkomstig uit de omgeving van Arnhem, dat in september als gevolg van de geallieerde luchtlandingsoperatie Market Garden totaal onbewoonbaar was geworden. Veel burgers waren, al dan niet door de Duitsers gedwongen, naar veiliger plaatsen gevlucht. Leegstaande winkels en huizen vielen ten prooi aan plunderaars. 

De meeste Arnhemmers hadden echter besloten in hun stad te blijven, al vreesden zij voor nieuwe gevechten. Op last van de Duitse Wehrmacht werd de gehele zuidelijke Veluwezoom in staat van verdediging gebracht, wat betekende dat zowel Arnhem en Oosterbeek, maar onder andere ook Renkum, Heelsum en Wageningen geëvacueerd moesten worden. Vanaf 23 september moesten ongeveer 150.000 mensen te voet of op de fiets hun huis verlaten. Een grote groep ging wonen in het Openlucht Museum, anderen trokken verder noordwaarts en vonden onderdak in Apeldoorn of elders op de Veluwe, dat één groot opvangkamp leek. Uit meerdere plaatsen werd de bevolking vanwege de oorlogsomstandigheden geëvacueerd, zoals uit het dorp Groesbeek bij Nijmegen en uit Venlo, waarvan de bevolking op grote afstand werd ondergebracht. Hoewel de stad al op 1 maart 1945 was bevrijd, konden de inwoners pas begin september terugkeren naar hun huizen.  

De buitengewone omstandigheden waarin het zuiden van Nederland sinds de bevrijding in september 1944 verkeerde, noopten de regering in Londen bijzondere maatregelen te treffen. De hulpverlening aan vluchtelingen, gerepatrieerden en andere oorlogsslachtoffers werd behandeld door het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken, dat in januari 1945 door het Militaire Gezag te Eindhoven werd opgericht. Omdat de regering in Londen verwachtte dat spoedig het hele land bevrijd zou zijn, werd in april bij het ministerie van Binnenlandse Zaken de afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken ingesteld. Deze afdeling zag onder meer toe op de binnenlandse evacuatie en reëvacuatie, bovendien verleende zij financiële hulp aan oorlogsslachtoffers. Het uitvoerende werk op het gebied van de verzorging van oorlogsslachtoffers kwam in handen van het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers (CBVO), dat voor het toen bevrijde gebied in april 1945 door de minister van Binnenlandse Zaken werd ingesteld. Het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken te Eindhoven werd in die maand opgeheven.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier alles met betrekking tot de afvoer van de burgerbevolking tijdens de mobilisatie en de rest van de oorlog. Daarnaast kunt u hier stukken vinden met betrekking tot vluchtelingen, zoals de joodse vluchtelingen die voor de oorlog uit Duitsland wegtrokken.

Literatuurverwijzingen

M. Bossenbroek, De meelstreep: terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2001).
A.P.M. Cammert, Tussen twee vuren: fronttijd en evacuatie van de oostelijke Maasoever in Noord- en Midden-Limburg: september 1944-mei 1945 (Assen 1983).
P.R.A. van Iddekinge, Arnhem 44/45: evacuatie, verwoesting, plundering, bevrijding, terugkeer (Arnhem 1981).