Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Economisch leven

Hermann Göring, in het Derde Rijk belast met economische zaken, had het liefst onmiddellijk alle voorraden uit het veroverde Nederland, België en Frankrijk in beslag willen nemen om daarmee de Duitse productie te stimuleren. Hij kreeg in Nederland echter weerwerk van rijkscommissaris Seyss-Inquart, die nauwgezet Hitlers instructies wilde uitvoeren en Nederland inschakelen in de Duitse oorlogseconomie. Dit diende geleidelijk te gebeuren en er moest zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de belangen van de bevolking. In die opzet slaagde hij door middel van de Zentralauftragstelle, het bureau dat de Duitse orders verdeelde onder de Nederlandse ondernemers. Ook al verdwenen veel voorraden naar Duitsland, er werd ook een zeer groot aantal Duitse orders in Nederland geplaatst. Binnen een half jaar na de bezetting was er een eind gekomen aan de economische crisis en was de massale werkloosheid verdwenen. 

 

In de zomer van 1941 werkte 70% van de industriearbeiders voor de Duitse markt. Dat de Nederlandse industrie massaal voor de Duitse economie werd ingezet, was het gevolg van de angst voor werkloosheid bij het Nederlands bestuur. Duitse orders waren goed voor de werkgelegenheid, zo redeneerde het college van secretarissen-generaal dat het binnenlands bestuur vormde. Bovendien had de bezetter bepaald dat werklozen verplicht in Duitsland te werk zouden worden gesteld, en dat wilde het bestuur zo veel mogelijk voorkomen. Door Nederlandse bedrijven en bouwvakkers werd ook veel werk verricht aan de bouw van de Atlantikwall, de betonnen verdedigingsmuur langs de Noordzee en Atlantische kust. Het werk voor het immense verdedigingswerk werd gecoördineerd door het Duitse staatsbouwbedrijf Organisation Todt.

 

Later in de bezettingstijd nam de exploitatie van Nederland voor de Duitse oorlogvoering steeds schrijnender vormen aan. Na de opening van het Russische front werden grote aantallen Duitse mannen onder de wapenen geroepen. De opengevallen plaatsen in de (oorlogs)industrie werden opgevuld door de inzet van miljoenen buitenlandse arbeiders uit de bezette landen. Een deel ging vrijwillig naar Duitsland om te werken, het merendeel vertrok onder dwang. Ongeveer een half miljoen Nederlandse mannen hebben voor de Arbeitseinsatz gewerkt. De massale afvoer van arbeidskrachten trok een zware wissel op de Nederlandse economie. Niet alleen sloten duizenden industriële ondernemingen hun poorten en kwamen veel werknemers op straat te staan. De problemen werden nog verergerd doordat ongeveer 300.000 mannen weigerden in Duitsland te gaan werken en een bestaan verkozen in de illegaliteit. Ook zij waren aan de economie onttrokken.

 

Het massaal importeren van onderbetaalde of zelfs niet-betaalde arbeidskrachten uit de bezette gebieden was slechts één van de vele facetten van de economische exploitatie door Duitsland. De nazi-elite was eropuit de eigen bevolking tevreden te houden en de onderworpen landen, vooral in West-Europa, moesten voor de kosten opdraaien. Dat gebeurde op talloze manieren. Zo mochten Duitse soldaten hun aankopen ook in Nederland doen met Reichskreditkassenscheine, een soort betaalcheques die door de Nederlandse Bank gefinancierd moesten worden. Behalve de introductie van dit nepgeld manipuleerden de Duitsers de zogenaamde ‘clearing’, de verrekening van de kosten van in- en uitvoer tussen landen. Hierdoor ontstonden bij de Nederlandse clearinginstituten enorme tekorten, die door de Nederlandse staatskas moesten worden aangevuld. Verder werd Nederland gedwongen ‘bezettingskosten’ te betalen, begin 1944 bijvoorbeeld 100 miljoen gulden per maand. Na het begin van de Russische veldtocht was Nederland al geconfronteerd met een nieuwe heffing: 56 miljoen gulden per maand als bijdrage aan de strijd tegen het bolsjewisme. De kosten van oorlog en bezetting verhaalde het nazi-regime voor een groot deel op de bevolking van de overwonnen volken.

 

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Allerhande archieven met betrekking tot het bedrijfsleven zijn onder dit thema geplaatst, maar bijvoorbeeld ook bunkerbouw. Verder kunt u hier archieven vinden met betrekking tot de onderwerpen distributie, koopvaardij, oorlogsschade, vervoer en vordering en inname.

 

Literatuurverwijzingen

H.A.M. Klemann, Nederland 1938-1948 : economie en samenleving in jaren van oorlog en bezetting (Amsterdam 2002). 

G.M.Th. Trienekens, Tussen ons volk en de honger : de voedselvoorziening, 1940-1945 (Utrecht 1985).