Back to top

‘Digitaal gaan’, daar is bijna elke erfgoedinstelling wel mee bezig. Maar voor wie doe je dat, en vooral hoe? Daar gingen we tijdens de Netwerkdag Oorlogsbronnen 2017, op 16 november bij de Tolhuistuin in Amsterdam, met het thema ‘Digitaal? #Hoedan’ op in. Van digitaliseren tot verrijken, koppelen en delen, het hoort er voor Netwerk Oorlogsbronnen allemaal bij en het kwam dus allemaal langs. Hoe haal je het meest uit ‘digitaal’? 

Op het scherm zien we een bouwput, met een aantal wandjes en zelfs een verdieping. "Vorig jaar legden we vooral de fundering. Dit jaar heeft het Netwerk Oorlogsbronnen de eerste muren opgetrokken", vertelt programmadirecteur Puck Huitsing aan de ruim 160 aanwezigen. De eerste contouren van ‘het huis’ tekenen zich af. Zowel in de groei van het netwerk van deelnemers (57 inmiddels!), als de realisatie van de collectie-portal met een nieuwe achterkant en inmiddels meer dan tien miljoen oorlogsbronnen. Programmamanager Edwin Klijn geeft een kijkje achter de schermen en gaat in op de projecten die afgelopen jaar zijn gestart, uitgevoerd en afgerond: “we hebben met onze voeten in de modder gestaan”.  

 

Puck Huitsing licht het programma van de dag toe.
Programmamanager Edwin Klijn.

#wiedan

Maar voor wie doen we dat eigenlijk? Wie zijn onze virtuele bezoekers? Dat vertelt Jos de Haan ons. Hij doet onderzoek naar cultuurparticipatie en mediagebruik bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en neemt de zaal mee naar de andere kant van het computerscherm. Wie zijn dat, die interesse hebben in het erfgoed dat wij toegankelijk maken? En wie gaan er ook daadwerkelijk mee aan de slag? In ieder geval niet de 20% van de Nederlandse bevolking zonder interesse. "Deze mensen krijg je met geen mogelijkheid een museum binnen of op een archievenwebsite", aldus De Haan.

Naast erfgoedinteresse onderzoekt het SCP ook erfgoed-beoefening. Onder erfgoed-beoefenaars (een betere term dan de met een negatieve connotatie belastende ‘erfgoedamateur’) is de grootste groep geïnteresseerd in historische personen of gebeurtenissen. En 80% van de erfgoed-beoefenaars raadpleegt internet. De Haan: “Dat klinkt als een hoog percentage, maar aan de andere kant kun je je ook afvragen waarom 20% dat niet doet”.   

 
Jos de Haan over interesse in erfgoed.
Meeschrijven met De Haan.
Puck Huitsing en Jos de Haan.

Digitaal gaan is een onomkeerbare trend. Drie parallelle sessies maken in de middag de mogelijkheden van digitale collectie-ontsluiting concreet. In Sessie 1, ‘Van digitaliseren naar een bruikbare bron’, gaan Cecile van der Harten van het Rijksmuseum, ICT-erfgoedspecialist Marian Hellema en Olaf Janssen van de Koninklijke Bibliotheek in op het digitaliseringsproces.

Heritage in the spotlight

Met de slogan ‘from storage to spotlight’ startte het Rijksmuseum een tijd geleden met het digitaliseren van de gehele collectie. Waar slechts een procent van de collectie wordt vertoond in het museum, kan door digitalisering de volledige collectie van het Rijksmuseum in de spotlight komen te staan. De uitgangssituatie bij het Rijksmuseum was die van een digitale kermis, veroorzaakt door een gebrek aan standaardisering en kwaliteit. Maar hoe moet zo’n enorm project worden aangepakt zodat in 2021 de hele collectie online te vinden is? Cecile van der Harten, Image Department Manager bij het Rijksmuseum, vertelt over de standaardisering van de werkprocessen en het vaststellen van kwaliteitskaders, die zorgen voor een efficiënt en kwalitatief hoogwaardig digitalisering proces. Hierin pakt het Rijksmuseum een voortrekkersrol met de publicatie van de ‘Instruction manual for photographing 2D objects’.

 
Cecile van der Harten
Een slide om te onthouden.

Vervolgens zet ICT-erfgoedspecialist Marian Hellema het digitaliseringsproces uiteen. De nadruk ligt hierbij op de massa digitalisering van gedrukt of getypt archiefmateriaal. Alle stappen van het digitaliseringsproces worden doorgenomen, met een nadruk op het belang van metadatering en mogelijkheden tot het verrijken van archieven. Hierbij zorgt metadatering voor het bovendrijven van onderlinge verbanden. De verrijking van collecties kan plaatsvinden met behulp van Named Entity Recognition, waarbij namen van personen, organisaties, locaties etc. herkend worden. Daarnaast biedt het publiceren van (collectie)informatie als Linked Open Data nog meer potentie tot het verrijken van archieven. De wie, wat, waar en wanneer vragen spelen een grote rol bij deze verrijking, waarbij het toekennen van thesaurus-trefwoorden een grote rol kunnen spelen.

 
Marian Hellema aan het woord.

Zoek je publiek op

Als derde brengt Olaf Janssen, Wikimedia en Open Data coördinator van de Koninklijke Bibliotheek, de voordelen van het delen van collectie-materiaal via Wikimedia Commons onder de loep. De KB heeft ondertussen ruim 12.000 stukken beschikbaar gesteld via Wikimedia Commons en hiermee het hergebruik van het materiaal via Wikipedia enorm gestimuleerd. De prioriteiten worden vooral bepaald door auteursrechten, aangezien Wikimedia slechts beelden accepteert uit het publiek domein of met een open licentie zoals Creative Commons – Naamsvermelding.

Daarnaast zijn de relevantie en visuele aantrekkelijkheid van het materiaal van belang. Janssen illustreerde het belang van Wikipedia met een topstuk uit de collectie van de KB. De Nederlandsche Vogelen collectie is in 2015 gedoneerd aan Wikimedia Commons, waarna in 2016 de collectie 34.000 keer werd bekeken via de website van de KB. De vogel liefhebbende Wikimedianen gebruikten de beelden in 196 Wikipedia-artikelen, geschreven in 51 verschillende talen. Dit leverde de Nederlandsche Vogelen collectie 3,7 miljoen views op via Wikipedia.

 
Olaf Janssen.

Verbonden oorlogsbronnen

Terwijl in de ene zaal een groep nader bekend wordt met digitalisering-workflows en publicatieplatforms voor open data, dompelen anderen zich onder in de koppeling van bronnen tijdens Sessie 2 ‘Oorlogsbronnen verbonden’. NOB’s ICT-projectleider Lizzy Jongma en Linked Data specialist Michiel Hildebrand van Spinque geven de aanwezigen een kijkje achter de schermen van de collectie-portal en de Personenportal WO2. Beide volop in ontwikkeling.

Lizzy vertelt hoe je door inhoudelijk slimme verbindingen te maken rondom personen, gebeurtenissen, periodes en plaatsen een meerwaarde kunt bieden tegenover partijen als Google. Zij zijn vooral in het 'nu' geïnteresseerd, en niet sterk in het duiden van historische gebeurtenissen. Een thesaurus, maar ook gestandaardiseerde unieke identifiers voor plaatsen (geonames) en/of objecten (pids) maken het mogelijk logische verbanden te maken die gebruikers beter op weg kunnen helpen in hun zoektocht naar informatie.

Lizzy Jongma.
Veel vragen voor Lizzy.

Met deze hoeveelheden data is het handmatig bewerken geen optie. De tien miljoen bronnen in Netwerk Oorlogsbronnen zijn daarom automatisch gekoppeld. Lizzy legt aan de hand van een aantal voorbeelden uit hoe de WO2-thesaurus kan worden ingezet om soms heel verschillend bronnenmateriaal rondom specifieke gebeurtenissen – bijv. het Dam-incident dat ook wel als ‘schietpartij op de Dam’ wordt omschreven – te groeperen.

Kom in actie! (Anders doen anderen het)

Voor de Personenportal WO2, die nog in opbouw is, zijn de gegevens uit verschillende databestanden (OGS, NDVS, Kamp Amersfoort, etc.) met elkaar vergeleken. Zo zijn de gegevens van 850.000 namen volledig automatisch terug herleid tot 250.000 individuen. Matchen van personen en plaatsen lijkt makkelijk maar is het niet. Computers raken nog altijd in de war van straten die Verzet of Anne Frank heten. En hoe om te gaan met bijnamen zoals Piet Oublie? Tot slot moedigt Lizzy de aanwezigen aan tot meer samenwerking en het open delen van hun collectie-data. Als de erfgoedsector niet snel zelf in actie komt, zullen anderen er met ons publiek en de data vandoor gaan.

 

Volgens Michiel Hildebrand van het webbedrijf Spinque – de facilitator van de achterkant van Netwerk Oorlogsbronnen –  is er veel veranderd de laatste jaren. Hij constateert dat er steeds meer collectie-data digitaal wordt gedeeld, maar merkt tegelijkertijd op er naast erkende protocollen om data te delen (API, SRU, OAI) nog altijd vaak gewerkt wordt met xml-dumps, excel bestanden en andere irreguliere formaten. In Spinque Desk – een omgeving gebouwd boven op linked data-technologie – heeft de informatiespecialist zelf controle over de data. Door zoekstrategieën te modelleren kunnen slimme combinaties worden gemaakt tussen verschillende datasets.

Michiel Hildebrand

Contextualiseren

De Spinque deskomgeving stelt medewerkers van Netwerk Oorlogsbronnen in staat de binnengekomen collectie-data te synchroniseren en te linken aan elkaar en aan gestandaardiseerde ‘authority lists’ voor personen, namen, gebeurtenissen en plaatsen. Er ontstaat zo een laag van verrijkte metadata, waarmee de collectie-data voorzien wordt van een bredere context aan gerelateerde informatie. Ook organisaties kunnen zo worden gecontextualiseerd: zo kun je bijvoorbeeld op basis van de gekoppelde objecten en WO2-thesaurus de computer een inhoudelijk profiel laten generen van het soort collecties dat de organisatie beheert.

Michiel sluit af met een ‘brain teaser’ voor de aanwezigen: nu is het Netwerk Oorlogsbronnen dat met terugwerkende kracht linked data creëert vanuit de collectie-data van de instellingen. Zou het niet veel beter zijn als de instellingen zelf hun collecties al als linked data aanbieden? De referentiearchitectuur zoals het Netwerk Digitaal Erfgoed deze voorziet in de toekomst gaat hier al vanuit. Helaas is de praktijk op dit moment nog wat weerbarstig.

 
Michiel Hildebrand

Cluedo met oorlogsbronnen

De meest actieve workshop voor deelnemers draait om een spel met oorlogsbronnen. In de al snel volgeboekte derde sessie ‘Van oorlogsbron naar verhaal van verzet’ gaan aanwezigen zelf aan de slag met de opdracht: reconstrueer vier levensverhalen uit een stapel bronnen, en vind de verbindende gebeurtenis. Spelspelers komen er aan de hand van de reconstructie achter dat het lastig is om bronnen te koppelen als er geen heldere beschrijving is. Maar gelukkig is er altijd nog een Collectiedokter! Met door haar gegeven (WO2-thesaurus)trefwoorden kunnen verloren bronnen ineens toch gekoppeld, en zo onderdeel van een verhaal worden. Ook wordt zichtbaar dat de levensverhalen zijn gevormd met bronnen uit meerdere collecties. Bronnen delen maakt collecties dus rijker.  

Meer vertellen we niet, wie weet spelen we het grote oorlogsbronnenspel ook nog eens met u!

Het oorlogsbronnenspel.

Beeldbank Nederlands-Indië 

Veel kennen Thom Hoffman als acteur, fotograaf en documentairemaker. Maar in 2015 is hij aangesteld als Cultural Professor 2015 aan de TU Delft en startte hij met het samenstellen van een Beeldbank Nederlands-Indië. Thom: “De beelden vertellen eigenlijk een ander verhaal dan de geschreven bronnen. Een beeldbank helpt bij het onderzoeken of de beeldgeschiedenis wel parallel loopt aan de ‘feitelijke geschiedenis’”. Afgelopen jaren heeft hij samen met partijen als het NIOD, Bronbeek maar ook het Spoorwegmuseum soms uniek fotomateriaal verzameld.

“Als je collecties gaat verbinden kom je op fantastische combinatie van informatie”, zegt Thom. Zoals foto’s van communistische aanslagen op spoorwegen in Nederlands Indië, als protest van de Indonesische maatschappij tegen Nederlandse overheersing. En dat naast bijvoorbeeld een foto uit de NIOD-collectie van een NSB-bijeenkomst daar. De in ontwikkeling zijnde Beeldbank Nederlands-Indië biedt verschillende perspectieven, in zowel fotografie als bewegend beeld, afkomstig uit verschillende collecties. Thom: “Het opgedeelde erfgoed wordt door het samen te brengen, erfgoed van ons allemaal”.

Thom Hoffman

Foto's: Maarten Nauw