Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Tuchtrechter Voedselvoorziening, 1941-1953

Omschrijving

In 1933 werd één algemene Crisis-steunwet ' de zogenaamde Landbouw-crisiswet van 1933 ' afgekondigd. Deze wet beoogde onder meer de opbrengst van landbouwproducten te verhogen door de boeren een geldelijke toeslag op de prijs van hun product(en) te verlenen. Verder beoogde de wet de landbouwbedrijven aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen door het verkleinen van de bedrijven, om zodoende zoveel mogelijk arbeidsplaatsen te behouden. Grote bevoegdheden werden indirect aan de minister van Economische Zaken verleend via de verplichting aangesloten te zijn bij een door of vanwege de Kroon aan te wijzen rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam. Door ondertekening van een aanmeldingsformulier ontstond een privaatrechtelijke band tussen de crisisorganisatie en de georganiseerde. De voornaamste verplichting van de georganiseerde jegens de organisatie was de maatregelen van de regering ten aanzien van de crisisproducten, de statuten, reglementen en verdere besluiten van de organisaties nauwgezet in acht te nemen. De organisaties, meestal in de vorm van stichtingen, kregen op grond van het verenigingsrecht de bevoegdheid tuchtrecht te doen uitoefenen over de bij de organisaties aangeslotenen, in geval van overtreding van de bepalingen van de statuten en reglementen. Gekozen werd voor tuchtrechtspraak aangezien dit aan minder strenge rechtsregels was gebonden dan de strafrechtspraak.Bij Koninklijk besluit van 11 april 1934, Stb. 144, werd de tuchtrechtspraak losgekoppeld van de organisaties zelf en opgedragen aan van de organisaties geheel onafhankelijke deskundige colleges, terwijl zij tevens, meer dan voorheen, met waarborgen werd omgeven.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ter vervanging van de Landbouwcrisiswet 1933 het Voedselvoorzieningsbesluit (nr. 12/1941) ingesteld.Met de uitbreiding van het aantal voorschriften dat de voedselvoorziening regelde, nam niet alleen de tuchtrechtspraak dienovereenkomstig in omvang toe, maar ook de gewone strafrechter kreeg de handen vol. Elk onderdeel van het voedselvoorzieningsgebied werd geregeld, waardoor de gelegenheid tot overtreding van een van die voorschriften steeds groter werd. De krapheid van de voedselrantsoenen leidde er toe dat de morele remmen, die de burger nog van een wetsovertreding hadden weten te weerhouden, meer en meer verzwakten. Om aan deze golf van wetsovertredingen nog sneller en effectiever het hoofd te kunnen bieden, werd op 15 mei 1941 het instituut van de economische rechter ingevoerd (besluit nr. 71/1941). Zijn voornaamste taak werd de berechting van overtredingen van de voorschriften op het gebied van de voedselvoorziening en van de voorziening van industrie, handel en consument van producten van handel en nijverheid.

Thema's

Indeling

  • Nederlandse instellingen en personen na de bevrijding
    • Overheid
  • Nederlandse overheidsinstellingen en personen voor en tijdens de bezetting in Nederland (1930-1945)