Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Archief van de rooms-katholieke Sint-Vincentiusvereniging, afdeling Gouda, 1909-1985

Omschrijving

De stichter van de St. Vincentiusvereniging was Frédéric Ozanam, een gelovig katholiek die tijdens zijn studentenjaren (1833) in Parijs met enkele vrienden concrete hulp aan armen wilde geven. Zij zagen dit als een middel om zelf "zuiver in het leven te staan". Dit sloeg enorm aan in een zich sterk seculariserende maatschappij en de groep groeide snel. Zij nam St. Vincentius à Paulo tot patroonheilige. Ook in andere landen sloeg dit initiatief aan. In Den Haag kwam in 1846 de eerste "conferentie" tot stand en spoedig volgden er meer in andere steden. Dit had tot gevolg dat er al spoedig per gemeente overkoepelende Bijzondere Raden kwamen en, een deze Raden weer overkoepelende Hoofdraad te Den Haag. In Gouda werd circa 1850 de eerste Vincentiusvereniging opgericht. De Nederlandse Vincentiusvereniging richtte zich niet alleen op ondersteuning van de armen maar richtte ook katholieke scholen op (Gouda 1850) en bibliotheken om de bezochte gezinnen te voorzien van vooral godsdienstige lectuur. In 1948 waren er 120 van dergelijke R.K. bibliotheken. Het terugbrengen in de kerk van afgedwaalde katholieken was de belangrijkste taak. Daartoe werd o.a. het liefdewerk van St. Franciscus Regis opgericht dat het wettigen van huwelijken en dopen van kinderen stimuleerde. Met de invoering van de Armenwet van 1854 moest ook de Vincentiusvereniging aangeven tot welke categorie van het armwezen zij behoorde. Na enig geharrewar schreef de Hoofdraad voor dat de Vincentiusvereniging een kerkelijke vereniging van liefdadigheid was maar geen armbestuur. Zij kon daardoor door de gemeente niet verplicht worden armen financieel te ondersteunen. In werkelijkheid was de Vincentiusvereniging een lekenvereniging.
In het begin van de Tweede Wereldoorlog was het voor de Vincentiusvereniging moeilijk te bepalen of zij al dan niet met de Duitsers moest samenwerken. De eerste reactie op het instituut Winterhulp was nog weifelend maar nadat de inzamelingen bleken te mislukken werd de houding van de Vincentiusvereniging afwijzend, ongeacht de consequenties. NSB'ers binnen de Vincentiusvereniging werden overgehaald hun lidmaatschap op te zeggen. De Vincentiusvereniging kon aan de verplichting tot aanmelding bij de Duitse bezetters ontkomen doordat het hoofd van het Duitse uitvoeringsbureau meende dat de Vincentiusvereniging een zuiver kerkelijke organisatie was die nauw verbonden was met de kerkelijke overheid (deze viel kennelijk buiten bovengenoemde verplichting). Na de Tweede Wereldoorlog werd de organisatie van de Vincentiusverenigingen aangepast. Alle conferenties vielen van nu af aan onder een Bijzondere Raad van bijvoorbeeld een nabijgelegen stad en per bisdom kwam er een Centrale Raad waarin vertegenwoordigers van de Bijzondere Raden zitting hadden.

In de inventaris zijn geen beschrijvingen aangetroffen die rechtstreeks verwijzen naar gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Enkele inventarisnummers zijn voor de Wegwijzer geselecteerd, omdat zij oorlogsgerelateerde informatie zouden kunnen bevatten. Rubriek 1.2 bevat correspondentie uit de oorlogsjaren.

Indeling

  • Nederlandse instellingen en personen na de bevrijding
    • Niet-Overheid
  • Nederlandse niet-overheidsinstellingen en personen voor en tijdens de bezetting in Nederland (1930-1945)

Inventarissen