Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Provinciale Inspectie voor de Bijzondere Jeugdzorg Drenthe

Omschrijving

Tot 1 november 1945 was sectie XIV (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen), afdeling Jeugdzorg van het Militair Gezag belast met de zorg voor en de opvang van kinderen van om politieke redenen geïnterneerde ouders. Per 1 november 1945 werd de afdeling Jeugdzorg opgeheven en werden de taken overgedragen aan het Ministerie van Justitie, 7e afdeling (Rijkstucht- en Opvoedingswezen) D, Bureau Bijzondere Jeugdzorg (BBJ) onder leiding van de psycholoog L.M.H. Berger. In iedere provincie werd een provinciale inspecteur benoemd. De provinciale inspecteur was belast met de uitvoering van het jeugdzorgbeleid in de provincie en rechtstreeks belast met het toezicht op de tehuizen voor de Bijzondere Jeugdzorg. Geregeld contact werd onderhouden met het Nederlands Beheersinstituut (NBI) om waar mogelijk de kosten van de opvang van de kinderen te verhalen op het door het NBI beheerde vermogen van geïnterneerde ouders. Van meet af aan was het beleid van het BBJ er op gericht de zorg voor kinderen van om politieke redenen geïnterneerde ouders over te dragen aan particuliere verenigingen, stichtingen en instellingen, die werkzaam waren op het terrein van de justitiële kinderbescherming. Bovendien werd een snelle gezinshereniging bevorderd. Terstond na vrijlating van één der ouders moest het kind het tehuis verlaten. Het BBJ werd in maart 1949 opgeheven. In de loop van het jaar 1950 werd de administratieve en financiële afwikkeling beëindigd.
De organisatie van de jeugdzorg in de provincie Drenthe week af van de gangbare organisatie in de overige provincies. De provincie Drenthe werd tijdens de bevrijding van Nederland overspoeld door een toenemend aantal gevluchte NSB-ers uit Duitsland (zgn. Lüneburgers). Omstreeks mei 1945 droeg het Militair Gezag (MG) in de provincie Drenthe de zorg voor kinderen van geïnterneerde ouders op aan het Interkerkelijk Overleg en de Centrale Vereeniging voor de Opbouw van Drenthe. Te Assen werd een Provinciaal Comité Jeugdzorg gevormd. Dit werd bijgestaan door districts- en plaatselijke comité's (zie inv.nr. 1). Na overdracht van de Jeugdzorg door het Militair Gezag aan het Ministerie van Justitie in november 1945 bleef deze landelijk afwijkende vorm bestaan naast de door het Ministerie van Justitie ingestelde provinciale inspectie voor de Bijzondere Jeugdzorg Drenthe. De provinciale inspectie Drenthe werd in oktober 1947 opgeheven. Taken van de provinciale inspectie Drenthe werden overgedragen aan de provinciale inspectie Groningen.

Het archief is tot 2020 niet openbaar. Het archief bevat dossiers van pleegkinderen, registratieaarten en rapporten van jeugdige politieke delinquenten.

Thema's

Indeling

  • Nederlandse instellingen en personen na de bevrijding
    • Overheid