Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Gemeentebestuur van Zandvoort

Omschrijving

Zandvoort ontwikkelde zich in de eerste decennia van de 20ste eeuw een steeds grotere toeristische trekpleister. De oorlog maakte echter een einde aan deze voorspoedige ontwikkeling. De Ortskommandant van Haarlem liet verschillende verordeningen bekendmaken, waaronder inkwartiering, vordering van goederen, paarden en arbeidskrachten. 'Zomers Buiten' en ander percelen, waaronder het Grand Hotel, werden door de bezetter gevorderd. Op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand voor de gehele bevolking verboden en ook werd een verbod uitgevaardigd om voor de kust te vissen. Op 6 november 1942 werd de evacuatie van een belangrijk deel van de bevolking afgekondigd. Velen werden in de omgeving ondergebracht, zoals in Heemstede en Vogelenzang. Ouderen werden op transport gesteld naar Drenthe en Friesland. Het aantal inwoners liep in enkele maanden terug van 9808 naar 6789. Uiteindelijk zouden er in januari 1944 nog maar 1789 inwoners overblijven. De groep van achterblijvers werd in de dorpskern geconcentreerd. De buitenwijken werden verlaten gebied, waarin verscheidene mijnenvelden werden gelegd. De in dit gebied staande woningen, ca. 900, werden op bevel van de bezetters, ontdaan van sanitair, licht, water en gas. In de duinreep werden gevechtsbunkers gebouwd. Toen de evacuatie voltooid was, begon men op grote schaal te slopen. Om de verwachte invasie van de geallieerden zo goed mogelijk te weerstaan, werd de zeereep volkomen kaalgeslagen. Tesamen met een groot deel van het dorp werden alle badhotels en pensions afgebroken. Ook de beide boulevards en achterliggende straten. Van de 2700 huizen die Zandvoort telde, vielen er meer dan 800 onder de slopershamer. Sloop van de watertoren volgde in september 1943. Afzonderlijk vermelding verdient de vernietiging van de joodse synagoge. Deze werd opgeblazen in de nacht van 4 op 5 augustus 1940. Het was het begin van de lijdensweg voor de Joodse inwoners van Zandvoort, die door tal van verboden in hun bewegingsvrijheid werden beperkt. Op 13 maart 1942 moesten 153 Joodse gezinnen naar Amsterdam vertrekken. Slechts 21 personen overleefden deze periode.

Het archief bevat de neerslag van de taken en activiteiten van de gemeente. Onder inventarisnummers 1-83 zijn de notulen van vergaderingen van de gemeenteraad en het College B&W te vinden. Onder inventarisnummers 1692-1829 vindt u stukken betreffende personeelsaangelegenheden. Onder inventarisnummers 2221-2240 zitten stukken betreffende de bevolkingsregistratie. Hier kunt u in de gedeeltes over de oorlogsjaren mogelijk relevante informatie vinden.

Thema's

Indeling

  • Nederlandse overheidsinstellingen en personen voor en tijdens de bezetting in Nederland (1930-1945)
  • Nederlandse instellingen en personen na de bevrijding
    • Overheid

Inventarisnummers die voldoen aan de criteria

Overige door ons geselecteerde inventarisnummers