Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Archief van de Directeur Van De (Straf)Gevangenis Te Groningen

Omschrijving

Sinds 15 maart 1884 beschikte Groningen over een nieuwe cellulaire Strafgevangenis aan de Hereweg, die onder normale omstandigheden plaats bood aan circa 210 gedetineerden. Van 1 januari 1933 tot 3 juni 1935 was de directeur van de Groninger gevangenissen tevens directeur van de Rijkswerkinrichting voor souteneurs, welke in deze periode in het Huis van Bewaring was gevestigd. In verband met de opheffing van de Arrondissementsrechtbank Winschoten, waardoor de Arrondissmentsrechtbank Groningen en daarmee ook het Huis van Bewaring te Groningen zwaarder werden belast, werd in 1934 een deel van de gevangenis ter beschikking gesteld voor preventief gehechten. In de loop van de Tweede Wereldoorlog moesten er rigoreuze maatregelen worden genomen in verband met de overbezetting van de gevangenis. In 1942 werd een groot aantal zwaar gestraften op transport gesteld naar het kamp Erica bij Ommen en naar Duitsland, terwijl de hele noordvleugel voor drievoudige bezetting per cel werd ingericht. In 1942 zaten er op zeker moment 389 personen in de gevangenis, tegen maximaal 210 in vredestijd. In 1943 werden de cellen in de oostvleugel ook alle door twee personen bewoond. Begin september van dat jaar werden 50 gevangenen te werk gesteld bij het vliegveld Havelte. De laatste Joodse gevangenen moesten in 1943 op last van de Duitsers worden overgebracht naar de Strafgevangenis in Arnhem. Als gevolg daarvan werd de Joodse godsdienstleraar Härtz ontslagen Na een persoonlijke lobby van directeur Van der Meulen om de gestichten te Groningen samen te voegen, werden de instellingen per 1 januari 1943 inderdaad verenigd onder de naam "gevangenissen te Groningen". In hoofdzaak was dit een naamswijziging met gevolgen op het personele en financiële vlak; administratief veranderde er weinig. Na de bevrijding van het zuiden in 1944 stroomden de plaatsaanvragen voor celruimte binnen uit alle delen van het nog bezette gebied en met name uit Noord- en Zuid-Holland. De toch al overbelaste Strafgevangenis dreigde te bezwijken onder het gebrek aan plaatsruimte. Met het uitbreken van de spoorwegstaking van september 1944 stokte echter ook de druk op de gevangenis. Begin november 1944 werd de hele noordvleugel van de Strafgevangenis ontruimd voor de huisvesting van de Kriegswehrmachtgefängnis , die voorheen in Utrecht gevestigd was. De 117 mannen die in de noordvleugel gevangen zaten, werden naar Veenhuizen gevoerd. Door de commandant van de Kriegswehrmachtgefängnis werden ook diverse vertrekken in het administratiegebouw opgeëist. Een aantal voorzieningen, zoals de geneeskundige afdeling, zou voortaan gemeenschappelijk gebruikt worden. Nadat Groningen op 16 april 1945 was bevrijd, werden zowel in de Strafgevangenis als in het Huis van Bewaring een groot aantal politiek verdachte personen ingesloten. Directeur J. van der Meulen werd op 29 mei 1946 ontslagen vanwege zijn NSB-lidmaatschap. In de periode 1945-1946 fungeerde als waarnemend directeur C.H.J. Stavenuiter, die tijdens het grootste deel van de oorlogsperiode de dagelijkse leiding in het Huis van Bewaring had gehad. In de loop van 1946 en 1947 normaliseerde de toestand in de Strafgevangenis zich langzaam doordat het grootste deel van de politieke gedetineerden elders in interneringskampen werd ondergebracht.

Uit de inleiding van de inventaris is af te leiden dat in dit archief oorlogsgerelateerde informatie aanwezig zou moeten zijn. Uit de inventarisnummerbeschrijvingen is dit echter vaak niet af te leiden. Mogelijk bevindt zich bijvoorbeeld informatie met betrekking tot de oorlog in invenstarisnummer 141 (instructies voor personeel), inventarisnummer 173 (Agenda's van bij het College van Regenten ingekomen en door de directeur behandelde stukken betreffende het personeel). Mogelijk is ook oorlogsgerelateerde informatie aanwezig in het hoofstuk 'Stukken van algemene aard '. In dit hoofdstuk bevindt zich onder andere correspondentie met het Ministerie van Justitie en daaronder ressorterende organisaties en correspondentie met overige instellingen en particulieren in de oorlogsjaren. In het hoofdstuk 'Stukken van algemene aard' bevindt zich onder inventarisnummer 134 ook "Registers van bijzondere voorvallen", dagboeken uit de oorlogsjaren. Verder is wellicht oorlogsgerelateerde informatie te vinden in het hoofdstuk Personeel: in de inventarisnummers 174-179 en 192 (ingekomen stukken en agenda op de ingekomen stukken van het Ministerie van Justitie betreffende het personeel, 1941-1946); inventarisnummers 193 en 204 (minuten en doorslagen van naar het Ministerie van Justitie uitgegane stukken betreffende het personeel, 1942-1945 en agenda); inventarisnummer 211 (register van aantekeningen betreffende het hulppersoneel, 1925-1946)
Ook in het hoofdstuk Gedetineerden zal relevante informatie aanwezig kunnen zijn. Zie hiervoor de beschrijvingen van de inventarisnummers.
Zie verder ook het archief 'De gevangenissen te Groningen, nummer toegang 2018.

Thema's

Indeling

  • Duitse instellingen en personen tijdens de bezetting in Nederland
  • Nederlandse overheidsinstellingen en personen voor en tijdens de bezetting in Nederland (1930-1945)
  • Nederlandse instellingen en personen na de bevrijding
    • Overheid

Inventarisnummers die voldoen aan de criteria

Overige door ons geselecteerde inventarisnummers