Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Bond van Ex-Geïnterneerden en Gerepatrieerden van Overzee (BEGO)

Omschrijving

De Bond van Ex-Geïnterneerden en Gerepatrieerden van Overzee (BEGO) behartigde de belangen van diegenen die gedurende de oorlog en de naoorlogse jaren in het voormalig Nederlands-Indië hadden gewoond en gewerkt in de ruimste zin van het woord.

Toen mevrouw J. Manders na de dodenherdenking in mei 1967 een open brief naar ‘De Telegraaf’ stuurde, waarin zij erop wees dat bij deze herdenkingen de vrouwen en kinderen die in de Japanse Vrouwenkampen geïnterneerd waren geweest altijd werden vergeten, bleek dat zij een open zenuw raakte. Ze werd overstelpt door adhesiebetuigingen en besloot daarop om samen met S.C. Gideonse-Haberkorn en J.H. Helfferich-Koch het ‘Comité Hulde Nederlandse Slachtoffers uit de Japanse Vrouwenkampen’ te vormen. Het doel van het comité was een vorm te vinden om niet alleen de nagedachtenis te eren van deze slachtoffers, maar van alle Nederlanders - ook mannen - die in Nederlands-Indië omkwamen en naar hun gevoel werden veronachtzaamd. Besloten werd dat er een monument en een erefonds moesten komen en dat er daarnaast een Bond opgericht zou moeten worden om aan de overlevenden materiële en immateriële hulp te bieden en hen beter met elkaar in contact te brengen dan tot dan toe gebeurde.

Op 20 september 1968 werd de Stichting Japanse Vrouwenkampen opgericht. Omdat een stichting geen leden kan hebben, zou als onderdeel ervan de Bond Ex-Gevangenen van Overzee in het leven worden geroepen. Een Bond kon immers wel leden hebben. Voorlopig waren Stichting en Bond echter nog één. Mensen meldden zich massaal aan en na zeven maanden waren al ruim tweeduizend leden en steunleden ingeschreven. In 1970 ontstond echter een geschil over de kosten van het mededelingenblad ‘Wij van Overzee’ en de juridische positie van de Bond binnen de Stichting. Het leidde ertoe dat een voorlopig bestuur van de BEGO werd opgericht en de Bond, tegen de zin van de Stichting, haar eigen koers ging varen. Op 23 mei 1970 werd de eerste Algemene Ledenvergadering van de BEGO gehouden. Daar werd besloten om verder te gaan onder de naam Bond van Ex-Gevangenen en Gerepatrieerden van Overzee. Nadat zelfs de rechter er aan te pas had moeten komen in het geschil tussen de Stichting en de Bond, sloeg de BEGO nu definitief haar eigen richting in. De statuten werden per 1 juni 1970 bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. Later werd de naam veranderd in Bond van Ex-Geïnterneerden en Gerepatrieerden van Overzee.

Het doel van de BEGO was de belangen te behartigen van al diegenen die gedurende de oorlog en de naoorlogse jaren in het voormalig Nederlands-Indië hadden gewoond en gewerkt (Artikel 2 van de Statuten). De belangenbehartiging kon individueel gericht zijn of meer algemeen voor de hele groep, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de wet.
De BEGO begeleidde individuele leden bij materiële en immateriële problemen. Indien dat nodig was verwees de Bond leden door naar bevoegde instanties die zouden kunnen helpen. De BEGO probeerde in politiek Den Haag invloed uit te oefenen op de vorming en uitvoering van de wetten met betrekking tot Indische Nederlanders. Daarnaast werd onderling contact onder de leden gestimuleerd door bijvoorbeeld film- of dia-avonden, lezingen en praatgroepen te organiseren. In het verenigingsorgaan, kortweg ‘BEGO’ geheten, werden verslagen van reizen naar Indonesië gepubliceerd, maar stonden ook praktische tips voor het verzenden van postpakketten naar het oosten en advertenties voor voordelige charteraanbiedingen en groepsreizen, speciaal voor BEGO-leden. Ook werden hierin oproepen gedaan voor de reünies van de verschillende interneringskampen. Jaarlijks kwamen de leden voorts samen voor de zogenaamde ‘koempoelan’, de ledenvergadering die altijd vergezeld ging van een Indische rijsttafel.

De BEGO probeerde zo veel mogelijk samen te werken met andere organisaties die zich inzetten voor de belangen van Indische Nederlanders. Zo werd mede op initiatief van de BEGO het Indisch Platform opgericht. Dit Platform voerde direct overleg met de Regering over kwesties die de voormalige bewoners van Nederlands-Indië aangingen. De Bond was ook aangesloten bij de Stichting Herdenking 15 augustus 1945, die zorg draagt voor de jaarlijkse herdenking van de capitulatie van de Japanners. Verder was de BEGO vertegenwoordigd in de Raad van Indisch Overleg, een adviesorgaan van de Stichting Pelita. Contacten werden onderhouden met andere Indische organisaties zoals de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland/ Oost-Azië, de Vereniging Kinderen uit de Japanse Bezetting en Bersiap 1941-1949 (KJBB) en de Vereniging van Oud-Militairen van het KNIL Madjoe.
De BEGO bestaat anno 2015 nog steeds.

Thema's

  • Nederlands-Indië 1940-1945

Indeling

  • Nederlandse instellingen en personen na de bevrijding
    • Niet-Overheid