Navigatie en titel overslaan

Gevonden >
Bewakings- en Luchtbeschermingsdienst

Omschrijving

De Luchtbeschermingsdienst is ontstaan toen het besef ontwaakte dat ook landen die niet bij een oorlog betrokken zijn er gedwongen mee te maken kunnen krijgen. De opzet van de dienst werd geregeld in de Wet Luchtbescherming van 23 april 1936 en de Koninklijke Besluiten van 15 augustus en 22 september 1936. Het doel van de dienst was om maatregelen door de overheid te nemen voor te bereiden. De maatregelen waren bedoeld om de gevolgen van luchtaanvallen zoveel mogelijk te verminderen. In Apeldoorn is voor het eerst sprake van de luchtbeschermingsdienst in 1934. Aan het hoofd namens de burgemeester was geplaatst de heer T. Barrelo als 'hoofd' van de luchtbeschermingsdienst. Tijdens de oorlog bestond de Apeldoornse luchtbeschermingdienst uit een hoofdkwartier, een uitkijk- en meldingsdienst, een verbindingsdienst, de politiedienst, de brandweer, de geneeskundige dienst, een ontsmettingsdienst, een herstellingsdienst en een opruimingsdienst. Het gemeentelijk gebied was verdeeld in 9 vakken. Apeldoorn Dorp was verdeeld in totaal 46 blokken. Aan het hoofd van elk blok stond een blokhoofd. In de oorlogsjaren bestond de luchtbeschermingsdienst niet alleen zoals in de jaren ervoor uit meest vrijwilligers. Er was een vaste kern van personeel met een arbeidscontract. Ze waren in Apeldoorn werkzaam bij onder andere de commandoposten, lichtdoving en de uitkijkdienst. Naast de gemeentelijke luchtbeschermingsdienst moest de burgerbevolking zelf ook maatregelen nemen om zich tegen aanvallen te beschermen. Er moesten schuilplaatsen worden ingericht, meestal in de kelders van huizen om zich te beschermen tegen onder nadere gasaanvallen, of per buurt kon men schuilloopgraven aanleggen. Deze konden open zijn dan beschermde men zich alleen tegen bom- en granaatscherven en diende men een gasmasker te dragen tegen gasaanvallen. Met een overdekte schuilloopgraaf was het ook mogelijk zich tegen gasaanvallen te beschermen. Bedrijven en scholen moesten speciale maatregelen treffen. Hun werd bijvoorbeeld gevraagd een luchtbeschermingsplan in te dienen en opgaaf te doen van middelen, schoppen, emmers en dergelijke, die ze ter beschikking hadden om bij een eventuele aanval te kunnen inzetten.
Naast de luchtbeschermingsdienst bestond tijdens de oorlogsjaren ook de gemeentelijke bewakingsdienst. Deze dienst heeft gefunctioneerd van begin 1943 tot mei 1945. Bewakingsdiensten die voor de Duitse bezetter werden uitgevoerd konden door de gemeenten gedeclareerd worden. Hieronder vielen onder andere de bewaking van distributiekantoren, bevolkingsregisters en arbeidsbureaus.

De inhoud van de archieven bestaat voor een groot deel uit de personeelsadministratie van de diensten, de uitvoering van taken en correspondentie met de Duitse bezetter.

Thema's

Indeling

  • Nederlandse overheidsinstellingen en personen voor en tijdens de bezetting in Nederland (1930-1945)